Aandachtstekortstoornis met of zonder hyperactiviteit (ADHD)

ADHD is een neurobiologische stoornis die ongeveer 2 tot 8 procent van schoolgaande kinderen tot 14 jaar treft.1 Het komt 2 tot 4 maal meer voor bij jongens dan bij meisjes. Hoewel het vaak wordt gezien als een probleem bij kinderen en jongeren, vertoont een groot deel van de kinderen met ADHD nog steeds symptomen wanneer zij volwassen zijn.

De meest voorkomende gedragingen die zich voordoen bij personen met ADHD zijn aandachtstekort, hyperactiviteit of impulsiviteit.1 Mensen met ADHD hebben vaak moeite zich te concentreren, zijn makkelijk afgeleid, kunnen moeilijk stil zitten en zijn vaak niet in staat hun impulsieve gedrag onder controle te houden. Symptomen van aandachtstekort doen zich vaak levenslang voor terwijl openlijke symptomen van hyperactiviteit-impulsiviteit afnemen en door adolescenten en volwassenen met ADHD worden omschreven als gevoelens van “innerlijke onrust”.

Een diagnose wordt gewoonlijk gesteld door een specialist, zoals een kinderarts, kind- en jeugdpsychiater of kinderneuroloog. De diagnose is gebaseerd op een uitgebreide beoordeling die wordt verkregen via de patiënt, ouders, familieleden en leerkracht(en).

Het onderzoek naar de oorzaken van ADHD is in volle gang maar een aantal zaken zijn al duidelijk geworden 1 :

  • Rol van erfelijkheid : uit onderzoek is gebleken dat er bij ADHD sprake is van een erfelijke factor tot ongeveer 80%. Kinderen met een ADHD ouder hebben tot 8 keer meer kans om ADHD te hebben dan het gemiddelde kind.
  • Invloed van omgevingsfaktoren: bepaalde externe factoren, zoals alcohol- en drugsmisbruik , roken of ondervoeding tijdens de zwangerschap kunnen bijdragen tot ADHD
  • Anders functionerende hersenen: gedrag komt voort uit de hersenen en boodschappen tussen hersencellen worden doorgegeven via chemische stoffen die men neurotransmitters noemt. Bij ADHD zijn er vermoedelijk stoornissen in ten minste 2 neurotransmitter systemen ( dopamine en noradrenaline) . Medicijnen voor ADHD beïnvloeden deze systemen.

Wanneer het onbehandeld blijft kan ADHD ernstige nadelige effecten hebben op de leven van deze personen. De stoornis kan een slechte prestatie op school en op de werkplek veroorzaken, terwijl sociale en gezinsrelaties er ook onder kunnen lijden. Tevens zijn er aanwijzingen dat personen met onbehandelde ADHD meer risico lopen op problemen als drugsmisbruik, asociaal gedrag en een lage eigendunk.

Hoewel er geen “genezing” is voor ADHD, zijn er bepaalde behandelingen waaronder specifieke pedagogische benaderingen, psycho-educatie en medicijnen 2

Referenties.

(1) Arga Paternotte en Jan Buitelaar, “Het is ADHD”, Bohn,Stafleu van Loghum, 3de druk 2007.
(2) http://nl.wikipedia.org/wiki/ADHD, accessed 12 nov 2010