Deze foto's zijn van hetzelfde kind met het syndroom van Hunter (MPS III). De lichamelijke manifestaties van de aandoening variëren sterk per patiënt.

(foto's uit het Shire Human Genetic Therapies fotobestand)

Het syndroom van Hunter

Het syndroom van Hunter (mucopolysaccharidose II of MPS II) is een zeldzame, levensbedreigende, erfelijke en aangeboren lysosomale stapelingsziekte die vooral jongetjes treft.1 Het syndroom van Hunter/MPS II is een X-gebonden recessieve stofwisselingsziekte die wordt veroorzaakt door de afwezigheid of verminderde activiteit van het lysosomale enzym iduronaat-2-sulfatase (I2S).11-14 Dit leidt tot opstapeling van grote moleculen, de zogenaamde glycosaminoglycanen of GAG’s, in de lichaamscellen.12-14

Deze opstapeling veroorzaakt ernstige, progressieve schade aan onder andere het ademhalingsstelsel, het hart, de lever, de milt, de botten, de gewrichten, het hoofd, de hals en het centrale zenuwstelsel. Dit leidt zonder behandeling bij de meeste patiënten uiteindelijk tot vroegtijdig overlijden voor het twintigste levensjaar.1

Het syndroom van Hunter, komt wereldwijd bij minstens 1 op de 155.000 personen2-10 voor en is een zeer ernstige aandoening. Het kan jaren duren voordat bij kinderen of volwassenen met het syndroom van Hunter de juiste diagnose wordt gesteld. Voor een deel van de patiënten leidt dit tot onherstelbare schade. Het is dan ook essentieel om deze ziekte vroegtijdig te diagnosticeren en te behandelen. Causale behandeling vindt plaats door middel van enzymvervangingstherapie.

Symptomen van het syndroom van Hunter

Het syndroom van Hunter is zeldzaam. In Nederland, en vele andere landen, is er momenteel onderdiagnose van het syndroom van Hunter. Gebaseerd op gepubliceerde prevalentie cijfers blijkt dat in Nederland, en vele andere landen, een aanzienlijk deel van de patienten nog niet gediagnosticeerd is.2-10. Bij de klassieke vorm van de ziekte wordt de diagnose veelal gesteld op basis van de uiterlijke kenmerken zoals:

        ·
    Grove gelaatstrekken
        ·    Dwerggroei
        ·    Dystosis multiplex (multipele skeletale afwijkingen)
        ·    Klauwhanden

Als de ziekte zich niet-klassiek presenteert, zijn de kenmerken subtieler. Aanwijzingen voor de ziekte van Hunter of een andere mucopolysaccharidose kunnen dan zijn:

        ·    Veelvuldige keel-, neus- en oorinfecties
        ·    Slechthorendheid
        ·    Vergroting van lever en milt
        ·    Afwijkingen aan het bewegingsapparaat

In sommige gevallen kan familiare informatie over draagsters aanleiding zijn om aan MPS II te denken.

Diagnose bij patiënten met een meer ernstigere vorm van MPS II wordt in het algemeen gesteld in de leeftijd van ca. twee tot vier jaar. Het is van belang de ziekte vroegtijdig te herkennen. Hierdoor kunnen patiënten sneller worden doorverwezen voor verdere diagnostiek en behandeling.


VROEGE KLACHTEN EN SYMPTOMEN

(in en na het eerste levensjaar)
  • Groot hoofd (dikke wenkbrauwen)
  • Grove gelaatstrekken (dikke neusvleugels, lippen; vergrote tong)
  • Recidiverende oorinfecties (zelfs bij behandeling met antibiotica of na operatieve plaatsing van buisjes)
  • Chronische rhinitis
  • Bovenste luchtwegobstructies (vergrote tonsillen en adenoïden, snurken)
  • Opgezette buik (als gevolg van vergrote lever en milt)
  • Navel- of liesbreuk
  • Ontwikkelingsachterstand (d.w.z. vertraagde spraakontwikkeling, mobiliteit)
  • Progressieve gewrichtsstijfheid; gewrichtscontracturen (met name van de handen, met stijfheid in de vingers)

Deze verschijnselen doen vaak niet direct denken aan MPS II. Wat de klachten en symptomen betreft, kan het syndroom van Hunter/MPS II lijken op andere stofwisselingsziekten en lysosomale stapelingsziekten.

MOGELIJKE, LATERE KLACHTEN EN SYMPTOMEN

  • Nodulaire laesies op rug en armen
  • Hirsutisme
  • Klein gestalte
  • Progressief gehoorverlies
  • Gebitsafwijkingen
  • Obstructieve luchtwegaandoening (obstructieve slaapapneu, verminderde geforceerde vitale capaciteit)
  • Frequente luchtweginfecties
  • Hart(klep)aandoeningen
  • Aantasting centrale zenuwstelsel
  • Communicerende hydrocefalus
  • Progressieve mentale retardatie
  • Carpale tunnelsyndroom
  • Progressieve skeletdysplasie met beperkte bewegingsuitslag van de gewrichten

De mogelijke, latere klachten en symptomen ontstaan dikwijls in de loop van een aantal jaar. De zichtbare klachten en verschijnselen bij jongere personen zijn doorgaans de eerste aanwijzingen die tot een diagnose leiden.


Wat kunt u doen als u het syndroom van Hunter/MPS II vermoedt?

    ·    Vraag één van onderstaande diagnostische tests aan
    ·    Raadpleeg een arts die gespecialiseerd is in metabole stofwisselingsziekten
    ·    Raadpleeg de afdeling metabole ziekten in één van de academische ziekenhuizen

ONDERZOEKEN VOOR HET SYNDROOM VAN HUNTER/ MPS II Diagnostisch Laboratorium Telefoonnummer
Screening Kwantitatieve meting van GAG in urine14 AMC 020 - 566 55 76
AZM 043 - 387 78 43
Erasmus MC 010 - 704 33 50
LUMC 071 - 526 29 67
UMCG 050 - 361 32 95
UMCN 024 - 361 52 08
UMCU 088 - 755 53 18
VUMC 020 - 444 28 80
Röntgenopnamen skelet Lokaal ziekenhuis.
Let op: Vermeld op aanvraag ‘verdenking op MPS’.
Definitieve diagnose Meting van I2S-activiteit in serum, witte bloedcellen of huidfibroblasten d.m.v. enzymassays14 AMC 020 - 566 55 70
Erasmus MC 010 - 704 33 50
UMCN 024 - 361 52 08
Prenatale diagnose Meting van I2S-activiteit in vruchtwater en/of in vruchtwater cellen Erasmus MC 010 - 703 20 76
DNA-onderzoek als de mutatie binnen de familie bekend is Erasmus MC 010 - 704 31 97
LUMC 071 - 526 80 33
DNA-onderzoek Analyse van het I2S-gen11 Erasmus MC 010 - 704 31 97
LUMC 071 - 526 80 33

Causale behandeling met enzymvervangende therapie

Sinds de beschikbaarheid in 2006 van het enzym Elaprase® (idursulfase) is het voor het eerst mogelijk om patiënten met de ziekte van Hunter te behandelen met enzymvervangingstherapie. Elaprase® vervangt het ontbrekende enzym (I2S) en is daarmee een causale therapie. De enzymvervangingstherapie voor de ziekte van Hunter is geregistreerd en vergoed. Vanwege het kleine aantal patiënten met de ziekte van Hunter in Nederland vindt de begeleiding en behandeling momenteel gecentraliseerd plaats in het Sophia Kinderziekenhuis, Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam onder leiding van professor dr. A. van der Ploeg.

Bezoek voor meer informatie:

     ·    Contact ShireHGT: medinfonl@shire.com 
     ·    www.stofwisselingsziekten.nl/ziekte/mps_2_syndroom_van_hunter
     ·    www.hunterpatients.com
     ·    www.erfelijkheid.nl/zena/mpsII.php 
     ·    YouTube: Hunter Syndroom -Je zal het maar hebben – BNN 11 mei 2008:
    
       www.youtube.com/watch?v=dnq17mpNCSs
     ·    YouTube: Discovery Health, Mystery Diagnosis part 1:
           http://www.youtube.com/watch?v=QT9A8MBwrno&feature=related
     ·    YouTube: Discovery Health, Mystery Diagnosis part 2:
           http://www.youtube.com/watch?v=ATsKjNmwfqE&feature=related
     ·    YouTube: Discovery Health, Mystery Diagnosis part 3:
           http://www.youtube.com/watch?v=3nFY3yAJrsI&feature=related


Lees meer over de eerste behandeling voor het Syndroom van Hunter:

     ·    Erfocentrum – Biomedisch: www.biomedisch.nl/nieuws/hunter_recombinant_DNA.php
     ·    Science Daily: www.sciencedaily.com/releases/2006/08/060819115541.htm

Referenties:

  1. Muenzer et al. Genetics in Medicine 2006; 8: 465-73
  2. Baehner F, Schmiedeskamp C, Krummenauer F, et al. Cumulative incidence rates of the mucopolysaccharidoses in Germany. J Inherit Metab Dis. 2005;28:1011-1017.
  3. Poorthuis BJ, Wevers RA, Kleijer WJ, et al. The frequency of lysosomal storage diseases in The Netherlands. Hum Genet. 1999;105:151-156.
  4. Meikle PJ, Hopwood JJ, Clague AE, Carey WF. Prevalence of lysosomal storage disorders. JAMA. 1999;281:249- 254.
  5. Pinto R, Caseiro C, Lemos M, et al. Prevalence of lysosomal storage diseases in Portugal. Eur J Hum Genet. 2004;12:87-92.
  6. Applegarth DA, Toone DR, Lowry RB. Incidence of inborn errors of metabolism in British Columbia, 1969-1996. Pediatrics. 2000;105:e10.
  7. Lowry RB, Renwick DH. Relative frequency of the Hurler and Hunter syndromes. N Engl J Med. 1971;284:221-222.
  8. Lowry RB, Applegarth DA, Toone JR, MacDonald E, Thunem NY. An update on the frequency of mucopolysaccharide syndromes in British Columbia. Hum Genet. 1990;85:389-390.
  9. Michelakakis H, Dimitriou E, Tsagaraki S, Giouroukos S, Schulpis K, Bartsocas CS. Lysosomal storage diseases in Greece. Genet Couns. 1995;6:43-47.
  10. Nelson J. Incidence of the mucopolysaccharidoses in Northern Ireland. Hum Genet. 1997;101:355–358.
  11. National Organization for Rare Disorders. Hunter syndrome. Available at: www.rarediseases.org. Accessed May 18, 2007.
  12. Froissart R, Moreira da Silva I, Guffon N, Bozon D, Maire I. Mucopolysaccharidosis type II—genotype/phenotype aspects. Acta Paediatr Suppl. 2002;439:82-87.
  13. Kolodny EH, Lebron D. Storage diseases of the reticuloendothelial system. In: Nathan DG, Orkin SH, Oski FA, eds. Nathan and Oski’s Hematology of Infancy and Childhood. 5th ed. Philadelphia, PA: WB Saunders Co; 1998;1461-1507.
  14. Vellodi A, Young E, Cooper A, Lidchi V, Winchester B, Wraith JE. Long-term follow-up following bone marrow transplantation for Hunter disease. J Inherit Metab Dis. 1999;22:638-648.
  15. Neufeld EF, Muenzer J. The mucopolysaccharidoses. In: Scriver CR, Beaudet AL, Sly WS et al. eds. The Metabolic and Molecular Bases of Inherited Disease. 8th ed. New York, NY: McGraw-Hill 2001; 3241-52